Terras

Leeg terras op straat met veelkleurige klapstoelen

Van de week liep ik een café binnen in Amsterdam. De eigenaar trad mij blij tegemoet en gaf me een hand. Jazeker, een hand! “Wat doe je nou,” riep ik. “De regels,” zei hij, “gelden niet voor visueel gehandicapten. Dat heeft Rutte gisteravond bekendgemaakt. Ze mogen alles weer. Als ze buiten lopen en ze komen in botsing met terrasmeubilair dat daar vroeger niet stond, ze hebben van de hele stad 1 groot distanceterras gemaakt, hebben ze de hele avond recht op gratis drank.” Ik draaide me om naar de deur, liep zijn terras op en jahoor, pats, ik botste tegen een stoel op. Het werd een gezellige avond, ik dronk veel, Grimbergen Dubbel, Leffe Dubbel, uiteindelijk werd mijn tong dubbel, maar dubbel zien, dat lukte dan weer niet.

Die anderhalvemetersamenleving is inderdaad een waanzinnige challenge. Voor slechtzienden, die verder kunnen kijken dan anderhalve meter, is het nog enigszins te doen, als ze niet te hard lopen, maar voor mij, met nul komma nul meter zicht is er eigenlijk geen beginnen aan. Vlak na de invoering van de intelligente lockdown, toen men nog echt bang was, ging het nog wel. Iedereen rende in blinde paniek weg als ik er aan kwam. Maar nu, nu het chagrijn en de Coronakater in de samenleving zijn geslopen, wordt het vervelender.

“Ga weg,” “uit mijn zone,” is mij al een paar keer toegeroepen. Zou, dacht ik, mijn iPhone daar iets op weten? Als ik nou eens gewoon de gezichtsherkenningsapp aanzet, mijn camera op schouderhoogte houd en zo ga rondlopen? Het werkte totaal niet in eerste instantie. Ik liep over het trottoir en mijn telefoon zei, toen ik voetstappen hoorde naderen: “Sixty year old woman.” “Wat,” schreeuwde een vrouwenstem vlakbij, “hoe durft-ie, “ik ben 45!”

“Maar,” zei ik, “ik houd me aan de anderhalve meter afstand.” Ze zuchtte en zei: “Wat mij betreft hoef jij dat niet te doen.” Ik stopte de telefoon in mijn zak, pakte haar hand en leidde haar naar het terras dat er vroeger nog niet stond.