Webtoegankelijkheid: bereik een groter deel van je doelgroep

4,5 miljoen Nederlanders hebben moeite om websites te lezen, te begrijpen of te gebruiken. Er is dus een grote kans dat jij een flink deel van je doelgroep niet of minder goed bereikt met je website. De uitdaging voor jouw website is dan ook simpel: bereik een groter deel van je doelgroep met webtoegankelijkheid. Dan sta je wel voor een aardige uitdaging. Deze groep bestaat namelijk uit jongeren met dyslexie, maar ook uit ouderen die niet zo goed meer zien. Je begrijpt: binnen deze enorme groep heeft niet iedereen dezelfde behoeften. Gelukkig bestaat er een simpele oplossing. Benieuwd wat die oplossing is? Lees dan snel verder.

Webtoegankelijkheid = gebruiksvriendelijkheid

Stichting Accessibility hanteert de volgende definitie voor webtoegankelijkheid:

‘het Web toegankelijk maken voor iedereen, inclusief ouderen en mensen met een functiebeperking …  Het gaat (zeker in Nederland) niet om toegang tot het internet, maar om bruikbaarheid van de aangeboden diensten en informatie door mensen met een beperking.’

Deze definitie legt goed bloot hoe veel mensen over webtoegankelijkheid denken. Het lijkt vooral een uitdaging te zijn die van toepassing is op mensen met een beperking. Maar daarmee ontstaat ook het beeld dat het een probleem is van hen waarvoor wij een oplossing moeten bieden. Ik vind daarom de definitie van Carie Fischer, een vooraanstaande accessibility schrijver uit Amerika, een stuk prettiger. Zij zegt:

‘Website accessibility is actively designing, developing, and creating content in such a way that it does not hinder any person from interacting with the website.’

En daarmee stelt ze webtoegankelijkheid eigenlijk gelijk aan gebruiksvriendelijkheid. Als je nadenkt over de gebruiksvriendelijkheid van je website denk je dus óók na over de 25% die moeite heeft om jouw website op een traditionele manier te gebruiken.

Wie behoren tot die 4,5 miljoen mensen?

Veel bedrijven hebben bij het ontwikkelen van hun website maar weinig aandacht voor doelgroepen met een beperking. Dat komt wellicht doordat ze de omvang van deze groep onderschatten. Bij mensen met een beperking denk je waarschijnlijk al snel aan blinden en slechtzienden, maar dan heb je nog maar een klein deel te pakken. Ook voor ouderen, laaggeletterden, dyslectici, allochtonen en motorisch beperkten zijn veel websites slecht toegankelijk. Uiteindelijk kom je uit op zo’n 25% van de Nederlandse bevolking. Het lastige aan webtoegankelijkheid is dat het onmogelijk is om één oplossing te creëren die hulp biedt bij iedere individuele beperking. Die bestaat namelijk niet. Uit die constatering is het idee voor de startup Aally ontstaan.

Ontdek Aally

Aally biedt een individuele gebruiker de mogelijkheid om de inhoud van een website aan te passen aan zijn of haar individuele behoeften. Iemand met dyslexie kiest een beter leesbaar lettertype en gebruikt een digitale leesliniaal, een slechtziende kiest een groter lettertype of laat de tekst voorlezen. Ivar Illing, community manager bij Visionair en zelf slechtziend, stond aan de wieg van de startup:

‘Wat Aally anders maakt, is dat we begrijpen dat één oplossing niet volstaat. De ene functiebeperking is de andere niet. Wat voor mij goed werkt, maakt een webpagina volstrekt onleesbaar voor iemand met dyslexie. We redeneren daarom niet vanuit de techniek, maar vanuit de eindgebruiker.’